Door een bul bevestigde paus Eugenius III in 1146 de schenking van de heerlijkheid Essen-Kalmthout-Huybergen aan de pas gestichte abdij van Tongerlo. Het dunbevolkte gebied bestond in hoofdzaak uit braakland, bossen en moerassen, heide en duinen. In deze schrale zandgrond bleken hout, moer en turf de natuurlijke rijkdom van de streek te zijn. Steenkool werd praktisch alleen door smeden gebruikt.

Moer of laagveen ontstaat op vlakten onder water door een opeen­hoping van afgestorven en deels verkoolde plantenresten. Mettertijd verheft het zich iets boven het grondwater: de verlanding van de plas is een feit. De zware, vettige, zwarte moer wordt diep uit de grond gedolven, glad gestreken, in blokken verdeeld en gedroogd. Plantenres­ten zijn nauwelijks te onderscheiden. Na verbranding bedraagt het percent as 10-30 %. Turf of hoogveen ontstaat door aangroei van veenmos op vochtige heideruggen boven een ondoordringbare onder­laag van leem of klei. Het goedje kan om de dertig jaar worden afge­stoken, het is sponsachtig bruin, licht en luchtig met duidelijk herken­bare plantenresten. Het percent as bedraagt ongeveer 5 %. Turf geeft minder warmte dan moer, maar brandt langer; beide geven meer rook dan vuur. In tegenstelling met moer is turf een goede water- en luchtgeleider en daarom zeer gegeerd in de tuinbouw. Uitgebreid betekent moer: veengrond in het algemeen.

Van de late middeleeuwen tot begin 19de eeuw vormden moer en turf nagenoeg de enige streekindustrie. Een heel kanalenstelsel met sluizen werd aangelegd om de brandstof met vletten (turfschuiten) naar Roosendaal en Bergen op Zoom te voeren en vandaar per schip naar Antwerpen. Vanuit het Nolseven vertrekt de Oude Moervaart noord­waarts en bakent nog altijd - zij het zeer vernauwd - westelijk het terrein af van de Rouwmoershoeve. In het Moerven neemt de Spillebeek het water over, loopt onder de Moerkantsebaan naar de grens, waar zij van naam verandert in de Zoom en uitmondt in Bergen op Zoom.

In de omgeving komen dozijnen moer-toponiemen voor : Moer-beemd, Moerbos, Moerland, Moerdijk, Moerput, Moerveld, Moerweide, Brouwersmoer, Begijnenmoer, Kartuizersmoer, Papenmoer, Gravenmoer, Huibergs Moer, Putse Moer, Spilbeekse Moer, Wouwse Moer, Moergestel, Moerstraten, Moerendaal, Hoge Moer, Witte Moer, Zwarte Moer enz. Een van de samenstellingen is ook Rouwmoer.Anno 1634 vinden we onder Rukfen '46 bunderen 401 roeden raeuwen moer geleghen in de schijffsche moeren' en in 1647 wordt 'Cryntiens heyblock gelegen aenden rouwen moer' verkocht onder Nieuwmoer. Rouwmoer onder Essen wordt al te vaak nog foutief gespeld als Rauwmoer. Rauw = ongekookt, ongebakken, onafgewerkt heeft niet veel zin bij moer. Rouw is een bijvorm van ruw, gelijk douw-duw, grouw-gruw, spouw-spuw, stouw-stuw. Het ruige, zompige terrein tussen het Moerven, de Moervaart en de Oude Moer moet wel bijzonder rouw geweest zijn : begroeid met zurkel, biezen, lis, buntgras, kreupelhout, grove hei, m.a.w. alles behalve mals gras. Moer en turf echter des te meer!

De Rouwmoershoeve kreeg in de loop der tijden een aantal uiteenlopende namen: Conventshoeve (1668), Spilbeekhoeve (1692), Celliershoeve (1711), Dispensiershoeve (1742), Mariahoeve (1907). De oudste vermelding is van de eerste lentedag 1765 in de doopacte van Jan van Loon, natus (geboren):

Achteraf zijn er wel een dertigtal varianten in omloop geweest o. m. Raubaer, Bounaer, Rouwenboer, Ramboer, Tamboer, Bouwmoer. Alleen te onthouden is de naamvervorming Rommeshoef, zoals die nog altijd in de volksmond voortleeft.