Stilaan hernam het leven zijn normale gang, de oorlogsschade raakte mettertijd hersteld. Het betonnen dek van de speelplaats, door de geallieerde trucks stukgereden, werd in 1950 met plaveien belegd. Het jaar daarop stelde deken Verbist van Essen voor de moderne humaniora te beginnen. Hij zou voor de gebouwen zorgen. De provinciaal vreesde echter dat daardoor het aantal roepingen zou slinken (destijds was Latijn-Grieks de enige toegangsweg), anderzijds schrok hij er voor terug nog meer paters in het onderwijs te stoppen. Wel werden op verzoek van het bisdom externen toegelaten. Aanvankelijk hield men de kleine groep angstvallig gescheiden, tot ook daar het gezond verstand de bovenhand haalde.

In 1958 noteren we de eerste Vlaamse Kermis en het openstellen van het openluchtbad, 25 x 18 x 3 m, door de leerlingen zelf gegraven.

Jarenlang was het de grote attractie in de zomermaanden. Later deden de zware onderhoudskosten, de korte gebruiksduur, de barre zomers en de noodzaak van een nieuwe turnzaal andere vragen rijzen. In 1962 werd het gouden jubileum van het college gevierd in aanwezigheid van oud-leerling, minister Bertrand van verkeerswezen. In hetzelfde jaar werd Ludo Keuppens de eerste voltijdse lekeleraar, precies een halve eeuw nadat zijn voorganger Duzas dictieoefeningen kwam geven.

Vaticanum II en de woelige zestiger jaren brachten drastische veranderingen teweeg in het leef- en denkpatroon, opvoeding, moraal, liturgie, kerkbeeld, godsdienstpraktijk, roepingen... Ongeveer alles werd in vraag gesteld, veel ballast overboord gezet, jammer met verlies ook van waardevolle tradities en warmte. Tweemaal werd de zondagsmis door de radio uitgezonden, eenmaal langs de TV; de Halewijnstichting kwam de Johannes-Passion van Bach uitvoeren.

In 1965 ontdekte leraar Van Biesen in het fysicalokaal twee mappen met manuscripten en handtekeningen van allerlei historische figuren : Filips de Goede, Adolf van Cleve, Margareta van Oostenrijk, Willem de Zwijger, Alva, Farnese, Maurits van Nassau, Oldenbarnevelt, de aartshertogen Albrecht en Isabella, Frederik Hendrik van Nassau, Jacob Cats, Mary Stuart, Johan de Witt, tsaar Paul I, Louis XVIII, Napoleon, Willem I en nog vele anderen. Het oudste stuk dateert van ca. 1434, het jongste van 1858. In een ander kistje zaten oude munten, gedenkpenningen, de kroniek van de Grimbergse oorlogen, heraldische tekeningen en grafschriften, pamfletten enz...

Vanwaar kwamen die merkwaardigheden? Een adellijk echtpaar uit Ginneken (Breda), Jan de Grez-Jacqueline Mahie, was zeer bevriend met pater Godts en heeft hem financieel zeer gul gesteund. In september 1910 weduwe geworden zonder kinderen en vrezend dat alles na haar dood zou verloren gaan, deed zij links en rechts grote schenkingen, o.m. in 1913 een collectie tekeningen van oude Meesters aan de Belgische staat. Toon Nelen, voorheen koetsier van het klooster, is minstens viermaal naar Ginneken gereden om vrachten op te halen. De boeken werden in de bibliotheek geplaatst, de dozen met documenten en curiosa verzeilden in het rariteitencabinet van de fysica. Blijkbaar heeft toen niemand er de waarde van beseft. De intussen ontcijferde brieven verschaffen historisch geen opzienbarende gegevens, ze werden in hoofdzaak verzameld omwille van de handtekening. De oude munten zijn eerder van tweede of derde keuze. Niettemin blijft het geheel een buitengewone aanwinst.

In 1970 ging de lagere cyclus Latijn-Wiskunde van start, in 1972 de afdeling Latijn-Wetenschappen, in 1982 de hogere cyclus Latijn-Wiskunde. In 1972 kwamen de eerste twee vrouwelijke leerkrachten, die meteen meespeelden in Reinaard de Vos van pater de Mont, ons eerste «gemengd» toneelstuk. Na jarenlange moeizame onderhandelingen werden eindelijk in 1974 meisjes toegelaten in het middelbaar. Nagenoeg een primeur in het Vrij Onderwijs, waarbij wij als pilootschool fungeerden. Zes jaar later was ook de basisschool gemengd. Alle onheilsprofeten ten spijt, is het experiment in alle opzichten meer dan geslaagd. Binnen de zeven jaar waren de meisjes reeds in de meerderheid. Intussen slonk het aantal internen tot onder het bestaansminimum, zodat in 1978 het internaat werd opgedoekt. Het aantal externen echter ging met sprongen omhoog van 92 in 1973 tot 527 in 1983.

Op Goede Vrijdag 1971 kreeg de toren een tweede klok, afkomstig uit het Hopland (Antwerpen), gegoten in 1857, naam Alfonsus, gewicht 260 kg, toon ut. In 1975 werd een eiken balk van de Rouwmoershoeve uit 1668 ingewerkt in de vernieuwde recreatiezaal in het klooster. Alles opsommen wat er in de laatste decennia is vernieuwd zou ons te ver voeren. Als belangrijkste werken zijn te vernoemen: de ombouw van de trapzaal en slaapzaal, de nieuwe gevel van het klooster (1979-80), de aanleg van de sportvelden, de vernieuwing van de klassen, schrijnwerkerij, ramen, secretariaat, kleine refter en leraarskamer, de betegeling van de feestzaal, het opfrissen van gangen, trapzaal en refter, de vervanging van het dak met ca. 6 km panlatten en dakpannen. De groene zone werd intussen niet verwaarloosd. In 1984 deed de informatica haar intrede met 13 computers.

Grote toneelgebeurtenissen waren o.m. Filoktetes van Sofokles, Duimpje en de reus van Ghéon, De verworpen hamer van Speekaert, De ingebeelde zieke van Molière, Elckerlyc en De Boerderij der dieren van Orwell, de laatste twee in indrukwekkende nachtopvoeringen. Vaste waarden werden de nachtmis met Kerstmis en de Rommeshoefavonden met allerlei attracties en restaurantdagen ten bate van de Derde Wereld.

Zoals in alles wat des mensen is, kwamen er ook donkere dagen meer dan ons lief waren. Vooral de talrijke plotse sterfgevallen sloegen diepe wonden en dunden de gelederen. Maar hoe dan ook, het leven moet verder. Mensen komen en gaan, nieuwe generaties treden aan. Het is onze taak ze daarop voor te bereiden. Zo zijn we aan het einde van onze historische rondreis geraakt. Wat op de Rouwmoer werd verwezenlijkt is te danken aan een hele schaar werkers, religieuzen en leken, mannen en vrouwen, jongen en ouden. Moge Gods zegen blijven rusten op dit werk...

Intussen hopen we dat je hebt kunnen genieten van de gezonde lucht, het Kempense landschap, de stilte, de zon, de unieke sfeer, zodat je prettige herinneringen meedraagt aan je verblijf of bezoek aan de Rouwmoershoeve, dit

eiland in het groen.