DE REDEMPTORISTEN
De Napolitaan Alfonso de Liguori (1696-1787) promoveerde op 16 jaar tot doctor in kerkelijk en burgerlijk recht. Het verlies van een belangrijk proces was voor hem het keerpunt. Op zijn 25 begon de advocaat voor priester te studeren, waarna hij zijn apostolaat toespitste op de arme plattelandsbevolking. In 1732 stichtte hij de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (Congr. ss. Redemptoris). De belangrijkste moraaltheoloog van zijn tijd, schrijver van ontelbare geestelijke werken, onvermoeibare predikant en zieleherder werd heilig verklaard en tot kerkleraar uitgeroepen. De eer der altaren deelt hij met zijn medebroeders Gerardus Majella, Clemens Hofbauer, Jan Nepomuk Neumann en de Noordbrabander Petrus Donders, de apostel der melaatsen in Suriname.
In de 19e eeuw verspreidde de congregatie zich snel over West-Europa en Noord-Amerika, waarbij de Belgische provincie een belangrijke rol speelde. Op dit ogenblik (1986) zijn er ongeveer 6.200 Redemptoristen werkzaam in een 50-tal landen over alle werelddelen. De algemene leiding berust bij pater generaal in Rome, in de provincies bij een provinciaal, in de huizen bij een rector. Na de splitsing in 1961 bezit de Noord-Belgische provincie kloosters in Brussel, Roeselare, Gent, Antwerpen, Leuven, Essen; huizen in Tiegem, Kortenberg, Sint-Truiden, Tessenderlo en missies in Congo, de Antillen, Haïti, Libanon en Irak. Naast de paters vervullen de lekebroeders een onvervangbare rol in het gemeenschappelijk religieuze leven.
Na een jaar proeftijd in het noviciaat worden voor drie jaar tijdelijke geloften afgelegd, gevolgd door de eeuwige geloften van armoede, zuiverheid, gehoorzaamheid. De opleiding tot priester omvat 2 jaar filosofie en 4 jaar theologie. Redemptoristen vindt men in alle takken van het apostolaat: prediking, pers, radio, ontwikkelingshulp, parochies, onderwijs, gewone en buitengewone zielzorg. Primordiaal blijft hoe dan ook de verkondiging van de Blijde Boodschap: Gods verlossende liefde in Christus.